Sla inhoud over

Alexandrine Tinne, (ontdekkings)reizigster 1e klas (door Antonie Jonges)

Bij een 19e-eeuwse ontdekkingsreiziger denk je al snel aan een snordragende avonturier in tropenkostuum met groot geweer. De dragers in hun kielzog tilden slechts de bagage die absoluut nodig was in de onontdekte wildernis. Zo niet bij de expedities van Alexandrine Tinne. cms_visual_63.jpg

De reisstijl van de Haagse freule Alexandrine Tinne (1835-1869) was het tegenovergestelde van praktisch en efficiënt. Zelf hoefde ze op haar vele reizen niets anders te dragen dan de kleding die ze aan had, maar haar dragers zeulden complete inboedels mee door woestijn en moeras, van bedden tot kasten, zilveren couverts, kristal en ingelijste prenten. Kortom, op ontdekkingsreis gaan was mooi, maar dan wel 1e klas. Dat stond een erfenis van zo’n driekwart miljoen gulden haar ook toe, een astronomisch bedrag in een tijd dat de doorsnee arbeider drie gulden vijftig per week verdiende.

cms_visual_64.jpgRoofzuchtige bedoeïenen
Tinne was gewend in alles haar zin te krijgen, dus toen ze haar moeder Henriëtte eenmaal had overgehaald om samen een echte expeditie te ondernemen, kon niemand haar van dat idee afbrengen. Dat vrouwen in die tijd ‘alleen’ reisden was al uitzonderlijk, maar om als vrouw op ontdekkingstocht te gaan was niet zoals het hoorde. Daar was het fijngevoelige en tere wezen van de vrouw niet geschikt voor.
Voor Alexandrine was die heersende moraal juist een aansporing. In 1854 hadden moeder en dochter, met bediendes en stapels bagage, een voor die tijd al ongebruikelijke tocht naar Scandinavië gemaakt en in de jaren daarna toerde de karavaan Tinne door Egypte, Palestina en Syrië. Reizen die niet geheel ongevaarlijk waren, want sommige streken golden als ronduit onveilig en ook Alexandrine was op haar terugtocht uit de woestijnstad Palmyra door roofzuchtige bedoeïenen overvallen.

Bronnen van de Nijl
Maar het is haar allemaal nog niet spannend genoeg. Tinnes belangstelling gaat uit naar ‘witte plekken’ op de kaart. In juli 1861 huurt ze de gehele eersteklasafdeling van een luxe stoomschip af en vertrekt met bediendes en inboedel richting Alexandrië. Het plan is om vanuit de Soedanese hoofdstad Khartoem op zoek te gaan naar de bronnen van de Witte Nijl. Een jaar eerder waren de Engelsen Speke en Grant met hetzelfde doel vertrokken, maar zij waren nog niet uit de wildernis teruggekeerd. Na drie maanden arriveren de Tinnes in Khartoem. Daar weten ze het enige stoomschip in de stad te charteren, een vehikel dat ooit in onderdelen op de rug van dromedarissen uit Cairo was overgebracht. De tocht ver - loopt niet eenvoudig, vooral door de grote hoeveelheden overbodige bagage. Het stoomschip en de twee houten schepen dat het achter zich aansleept zijn zo zwaarbeladen dat de golven over het dek slaan. Dat ze toch Gondokoro bereiken, bijna 1600 km stroomopwaarts, is een prestatie: nooit was een stoomschip zo zuidelijk op de Nijl doorgedrongen. Vanaf hier is de rivier niet meer bevaarbaar en als de dames verder willen, zullen ze zich een weg over land moeten banen. Het lukt echter niet een stel dragers zo gek te krijgen om Tinnes complete inboedel door de binnenlanden te slepen en als Alexandrine ook nog ziek wordt, komt de expeditie hier tot een vroegtijdig einde. Hun avonturen bezorgen moeder en dochter wel faam en ze worden in diverse Europese kranten als ontdekkingsreizigers geroemd.

Draagbed met baldakijn
Eenmaal terug in Khartoem start Alexandrine in 1863 een nieuwe expeditie. Ze wil in zuidwestelijke richting, dwars door de zompige gebieden van de Bahr-el-Gazal die nog niet duidelijk in kaart zijn gebracht. Twee vooraanstaande geleerden vergezellen haar en verlenen wetenschappelijke prestige aan de onderneming. Maar de wetenschappers missen hoogstnodige zaken in de uitrusting van de expeditie en verbazen zich over de prullaria die de dames Tinne meeslepen. De colonne is veel te lang om tempo te maken en doordat moeder en dochter ’s morgens uren bezig zijn met toilet maken en uitgebreid ontbijten moet er op het heetst van de dag gelopen worden. Nou ja, lopen... niet door de dames Tinne. Moeder Henriëtte schrijft in een brief:
Alexandrine heeft een draagbed met een baldakijn om de zon tegen te houden en met een matras zodat ze heel comfortabel kan rusten en vaak een verfrissend slaapje doet. Ik heb een stoel. We worden elk gedragen door vier negers. We hebben er elk twaalf, zodat ze om beurten kunnen uitrusten. We hebben nu 120 negers voor onze persoonlijke bagage. De expeditie heeft een tragisch verloop. Door het lage tempo kan de regentijd niet worden vermeden en ploetert de colonne voort over de steeds drassiger wordende bodem. Bagage en voedsel beginnen te schimmelen en er breekt ziekte uit die onder meer de 65-jarige Henriëtte fataal wordt. De ontroostbare Alexandrine ziet van verdere exploratie van het gebied af en trekt zich terug in Cairo. Ze voelt er niets voor om terug te keren naar het benauwende Den Haag. Een jaar voor haar dood schrijft ze: Ik vind niets angstwekkends in de gedachte vrolijk en dapper mijn einde te vinden door een geweerschot of een messteek, in plaats van een saai leven verder te slepen, zoals ik zo velen heb zien doen. Haar woorden blijken profetisch. Tijdens een tocht door de Noordelijke Sahara in 1869 wordt ze overvallen door Touareg en op brute wijze vermoord.

Alexandrine Tinne was geen ‘ontdekkingsreizigster’ in strikte zin, maar ze heeft wel bijgedragen aan de ontsluiting van bepaalde gebieden. Over haar vastberadenheid noteerde niemand minder dan de grote ontdekkingsreiziger Livingstone in zijn dagboek: Veel ontdekkers verdienen de hoogste lof, maar toch sla ik niemand hoger aan dan de Nederlandse dame, mejuffrouw Tinne, die na de zwaarste huiselijke rampspoeden, op grootse wijze volhardde, dwars tegen alle moeilijkheden in.
Hoe onderhoudend de beschrijvingen van Alexandrines avontuurlijke reizen ook zijn, vooral haar exorbitante hoeveelheid bagage blijft ons bij. Die was er mede debet aan dat veel van haar ondernemingen minder voorspoedig verliepen of ronduit mislukten. Misschien toch iets om bij stil te staan wanneer je gaat pakken voor je volgende reis: wordt het Tinne of bezinnen?